Je lichamelijke innerlijke klok houdt zijn eigen tijd bij, als hij niet wordt ingesteld op regelmatige lichtsignalen.
De lichaamsklok loopt rond de 24 uur, wat erg lijkt op de lengte van een dag op aarde.
Bij 20% van de mensen loopt de lichaamsklok echter van nature minder dan 24 uur. Dit betekent dat ze zonder sterke circadiaanse signalen, zoals zonlicht elke ochtend op hetzelfde tijdstip, elke dag een beetje vroeger wakker worden. Dit zijn vroege chronotypes, ofwel ochtendmensen.
Bij 40% van de mensen loopt de lichaamsklok langer dan 24 uur. Zij willen van nature elke dag iets later naar bed gaan en iets later wakker worden. Dit zijn late chronotypes, ofwel avondmensen.
Hoewel het aanhouden van routines voor iedereen een uitdaging kan zijn, kunnen late chronotypes in het bijzonder problemen hebben met hun interne klok die niet synchroon loopt met de zon en de kloktijd.
Er zijn echter voordelen verbonden aan het verschuiven van de slaap-waakcyclus om het lichaam weer synchroon te laten lopen met de zon. Dit kan ervoor zorgen dat je je niet langer uit het ritme (“jetlagged”) voelt wat kan helpen bij het coördineren van de lichaamsfuncties en een positieve invloed kan hebben op verschillende symptomen.